Door een leerkracht en een (jeugd)hulpverlener dagelijks de gehele dag samen te laten werken in de klas worden vroegsignalering, goed onderwijs en zorg beter gewaarborgd. Ieder kind wordt zowel op onderwijskundig gebied als op psychosociaal vlak gezien en begeleid in de dagelijkse praktijk. We gaan hierbij uit van één (jeugd)hulpverlener die zorg draagt voor de begeleiding van twee klassen.

In de huidige situatie geeft slechts 24% van de leerkrachten aan voldoende kennis te hebben op het gebied van zorg en ondersteuning in de klas. Pabo’s leiden leerkrachten niet op om met de diversiteit van problematieken om te kunnen gaan. Hierdoor ontbreekt vroegsignalering en deskundige begeleiding. Problemen escaleren daarom sneller: lichte ondersteuning wordt vaak zware ondersteuning, kinderen komen thuis te zitten en andere kinderen worden alsnog verwezen naar het speciaal onderwijs. De scholen voor speciaal onderwijs geven aan dat leerlingen later binnenkomen en daardoor meer beschadigd zijn. Meer interventies zijn nodig om het kind weer op de rit te krijgen. De kosten hiervoor zijn aanzienlijk. Ook de inzet van externen, het speciaal onderwijs, uithuisplaatsing en jeugddetentie kosten onze maatschappij miljoenen. Wij zien regelmatig dat bij het op de rit krijgen van 1 kind meer dan 15 professionals betrokken zijn. Deze kosten liggen aanzienlijk hoger dan de kosten die komen kijken bij de vormgeving van de ZON-aanpak.