Binnen de ZON-aanpak bestaat de directie van een school uit een directeur en orthopedagoog. In samenwerking met de leerkracht en jeugdhulpverlener zorgen zij voor de ondersteuning van een kind. De beslissing over de aanpak ligt bij de directeur en orthopedagoog van de school die het kind kennen. Lange procedures via een samenwerkingsverband worden voorkomen, een nauwe samenwerking met ouders is gewaarborgd. Een samenwerkingsverband kan aangepast worden naar een overkoepelende organisatie die het ondersteuningslandschap in kaart heeft waardoor een school snel zelf kan schakelen. De begeleider passend onderwijs kan ingezet worden bij het opstellen en borgen van het ondersteuningsplan van de school en het trainen en versterken van de professionals voor de klas. Het vormgeven van een samenwerking tussen onderwijs en zorg in combinatie met gepersonaliseerd onderwijs staat hierbij centraal.

In de huidige situatie vraagt de leerkracht samen met de intern begeleider ondersteuning aan bij het samenwerkingsverband. Voor deze aanvraag moet een groot leerlingdossier ingevuld worden. De criteria hiervoor veranderen voortdurend. Leerkrachten ervaren hierdoor veel onrust en werkdruk. Veel kinderen krijgen geen ondersteuning toegewezen. Schoolleiders en leraren geven aan dat zij onvoldoende betrokken worden bij de keuzes die een samenwerkingsverband hierin maakt. Scholen voelen zich niet serieus genomen, veel geld blijft op de planken liggen. Toezicht op de besteding van de gelden vanuit de overheid ontbreekt. De ondersteuningsplannen zijn nog lang niet toereikend. Veel scholen hebben er geen, er worden per regio andere criteria gehanteerd en vaak ontbreekt borging van de plannen. Er ontstaan (hoge) verwachtingen bij ouders die niet gerealiseerd kunnen worden waardoor conflicten ontstaan. De vormgeving en instandhouding van een samenwerkingsverband brengen hoge kosten met zich mee.