Principe 1: Een klas met 23 kinderen

Ieder kind wil gezien en gehoord worden.

De ZON-aanpak begint met het vormgeven van een kleine klas wat essentieel is voor het welbevinden van een kind. De aanpak vermindert werkdruk en geeft de leerkracht ruimte om ieder kind te zien, te volgen en te begeleiden. Overprikkeling wordt voorkomen, gedragsproblemen nemen af. De leerkracht zorgt voor een gezond klassenklimaat waardoor sociale vaardigheden toenemen bij het kind. Een goede relatie tussen leerkracht en kind zorgt voor veiligheid, welbevinden en motivatie om tot leren te komen. Goed onderwijs wordt beter gewaarborgd. (Groeps)interventies van buitenaf nemen af. Minder kinderen worden gediagnosticeerd.

In de huidige situatie zijn klassen vaak groot. Cijfers van het Nederlands Jeugdinistituut geven aan dat ongeveer de helft van de kinderen in een klas specifieke onderwijsbehoeften kan hebben. Hierin kan een leerkracht niet altijd voorzien door ontbrekende kennis. Maar vooral ook door tijd die ontbreekt.
Ook kunnen ernstige gedragsproblemen zorgen voor (fysiek) onveilige situaties. Een leerkracht kan bijvoorbeeld te maken hebben met: KOPP-kinderen, (vecht)scheiding, ontwikkelingsachterstanden, psychiatrische problemen, mishandeling, misbruik, depressie, eetstoornis, taalproblematieken, angst, suïcidaliteit, chronisch zieke kinderen en kinderen met een handicap.

 

.